Latest Entries »

In het jaar 1993 maakte ik, samen met mijn toekomstige echtgenote, een reis door het westen van de Verenigde Staten en Canada. We huurden er een auto om de rondreis te maken en luisterden onderweg naar de radio en dat vonden we best leuk, maar toen we stopten voor koffie onderweg, kocht ik in een ‘gass station’ een cassette van Everything But The Girl – The Language of Life (Atlantic, 1990). Wel, die cassette werd voor mij zowat de soundtrack en de herinnering van die hele reis. Voor mij de beste plaat van Everything But The Girl, geproduced door Tommy Lipuma, die ik kende van de Bob James/David Sanborn plaat Double Vision.

Op deze plaat staan heel wat goede Everything But The Girl-songs, die helemaal in een Amerikaans productiekleedje werden gestopt. Het idee was de band zo Amerikaans mogelijk te laten klinken, dat was er voor sommige critici wat ‘over’, maar het schetste wel hoe een Amerikaans topproductie in de jaren tachtig kon klinken. En de uitgenodigde gastmuzikanten waren niet van de minste: Stan Getz (The Road – tenor sax), Kirk Whalum (Me and Bobby D, Take Me, Imagining America – tenor sax) en Michael Brecker (Driving, Letting Love Go – tenor sax).

Een uitgelezen plaat voor iemand die wil weten wat sessiewerk voor saxofonisten in de States in de jaren 80 zoal betekende. De beste jazz- en jazzrocksaxofonisten van dat ogenblik op één plaat. Dat maakt voor mij het luisteren naar dit album van Everything But The Girl nog steeds een feest én een mooie herinnering aan een onvergetelijke reis.

Als je tenorsax speelt of leert spelen is dit een mooi voorbeeld om te weten wat zo’n tenorsax kon betekenen in populaire muziek in de jaren tachtig. Stan Getz, Kirk Whalum en Michael Brecker op één plaat, dat hebben we alvast aan Tommy Lipuma te danken.

Voor de volledigheid, in the ‘horn section’ zitten ook nog: Marc Russo (altsax) en Larry Williams (tenorsax).

Advertenties

Joe Henderson in Schelle

Sinds een tijdje ben ik lid van de Facebookgroep ‘Saxophonists’, een praatbarak van ‘professionele’ saxofonisten. Hun Mission Statement leest als volgt: Just a fun group for serious pro sax players worldwide to exchange knowledge, share ideas, and contribute to each others
education regarding their equipment and musical challenges; through mentorship and genuine love of the instrument. We welcome all first class, committed professionals with the intent on keeping the standards at the highest level (without regard to genre).

Wel, in deze community wordt Joe Henderson op regelmatige basis geciteerd als één van de grote jazzsaxofonisten. En terecht, weet ik nu. Wist ik veel in 1997, toen de man in kwestie Studio The Groove in Schelle – of all places!- binnen stapte om, volgens Rob Leurentop, zijn laatste studiosessie te doen voor Mal Waldron’s ‘Soul Eyes’.

Daar stond hij dan, de saxlegende die ik niet kende. Hij deed zijn saxofoonkoffer open en stelde volgende vraag: ‘I need 2 glasses of water’. Waarom twee, ging het door mijn hoofd? Toch ging ik die voor de goede man halen, om dan het volgende mee te mogen maken: hij nam zijn mondstuk, het rietje zat er nog op en hij doopte dit in het ene glas water? Vervolgens zette hij het mondstuk op zijn tenorsax en zei: ‘I am ready to record now’. ‘And the second glass of water?’ polste ik voorzichtig. ‘That’s for drinking!’ vertrouwde hij me toe.

En ik had altijd geleerd om eerst het rietje van het mondstuk te halen, het speelklaar te maken door het even in mijn mond nat te maken, dan zorgvuldig op het mondstuk te zetten en na het spelen het rietje er terug af te halen en mooi op te bergen… Sindsdien blijft mijn rietje altijd op het mondstuk zitten! Ik heb dat geleerd en afgekeken van Joe Henderson, meer nog, ik doop het zelf helemaal niet in een bekertje water. Ik dacht, dat kunnen we nog wat verfijnen…

En hoeveel takes hij nodig had voor ‘The Git Go’, weet ik niet meer. Maar het waren er niet veel. Het stond er zeer snel op. Er was ook een fotograaf om nog gauw een foto van hem te nemen. En toen was hij klaar om naar zijn concert op Jazz Middelheim te vertrekken. Byebye, Joe Henderson.

En ja, ik moet tot mijn scha en schande toegeven, pas achteraf ben ik gaan luisteren wat voor moois hij allemaal had opgenomen en daar ben ik nu nog mee bezig.

Nog een foto van Henderson op Jazz Middelheim, augustus 1997.

De titel van dit stukje doet me terugdenken aan Toots Thielemans, die jarenlang in het Amerikaanse jazzmagazine ‘Downbeat’ deze titel won, de prijs om de beste jazzmuikant te zijn op een neveninstrument (miscellaneous), maar wat voor Toots naar het eind van zijn carrière wel duidelijk zijn hoofdinstrument was: de mondharmonica.

Sinds een aantal jaren zijn er bij mij ook zo een paar ‘miscellaneous instruments’ mijn werkkamer binnengeslopen. Met de tin whistle ging dat zo: ik was in mijn tienerjaren eens op vakantie geweest in Ierland, al liftend en met de rugzak, kamperend bij de Shannon, langs de weg of aan het strand in Galway. Dat waren in Ierland de tijden van ‘Come on Eileen’, fuiven waar geen drank werd geschonken (je moest je op voorhand ‘indrinken’ in de pub) en ik herinner me ook dat men je frieten nog in krantenpapier deed, met ‘vinegar’ erbij. Als tiener vond ik ook die ‘Guinness’ maar niks, ‘karnemelk’, noemden we het in ons Vlaamse tienergezelschap, waarmee ik liftend en wandelend Ierland doorkruiste. Ha, lang verhaal, maar toen kwam ik die tin whistle nog niet tegen. Het was een heerlijk ‘leeg’ en ‘ouderwets’ land, maar de mensen waar er zeer vriendelijk en warm.

Jaren later ging ik terug met mijn vrouw terug en toerden we doorheen Ierland in onze oude blauwe BMW. Ik had heimwee gekregen naar het eiland en wist mijn vrouw te overtuigen om, gezien mijn jeugdsentiment, samen het eiland te ontdekken. Omdat zij mooie herinneringen wou aan deze reis, kwamen we veel in toeristenshops, waar ik natuurlijk vooral uitkeek naar muziek, terwijl zij andere dingen bekeek. Daar kwam ik de tin whistle tegen en kocht ik mijn eerste. Ja, in vergelijking met een saxofoon kostte het fluitje toch niets. Het bleek niet zo veel te verschillen van de vingerzetting van een saxofoon, dus al snel kon ik er iets mee.

Op een avond kwamen we in een pub terecht waar we iets wilden eten en daar was plots die Ierse folk gespeeld door lokale artiesten, een bodhran, een viool, een accordeon en een paar tin whistles en een lokale tenor die zong van aan de bar. Het werd een gezellige avond en ik was verkocht en ging me toch een beetje meer verdiepen in Ierse muziek. Wat ik gehoord had daar: de jigs, reels en barndances, leken mij een soort Ierse ‘bebop’, snel en virtuoos, unisono. Ikzelf ben ‘een trage’, dus daar kon ik niet snel bij, ik begreep er eigenlijk muzikaal niets van, alleen de ‘ballads’, die begreep ik wel.

Jaren later mocht ik voor BMG Belgium, met een journalist naar Amsterdam, om Paddy Moloney van de Ierse band The Chieftains te interviewen, ik herinner me dat ik deze vriendelijke legende de hand mocht schudden en hij braaf op de vragen van de meegebrachte journalist antwoordde. Ondertussen zag ik dat hij een goudkleurige tin whistle met rood mondstukje bij zich, dat hij eraf had geprutst en met een beetje zwarte tape terug op de toonbuis had geplaatst. Ik dacht, ha, zo gaat dat dus, als je je tin whistle wilt stemmen. Dat fluitje had hij altijd bij de hand om er een deuntje op te blazen.

Enfin, ik had toch al de kans gehad om een van de grootste tin whistle-spelers te ontmoeten: Paddy Moloney van The Chieftains.

Jaren later had ik ook de kans om volgende whistle-virtuoos kort te ontmoeten in de AB Brussel: Carlos Núñez. Ook een aimabel man, maar die kwam dan weer uit Galicië. Voor mij dan weer een gelegenheid om af en toe een op de tin whistle te spelen.

In een hebberige bui, had ik ook eens een ‘low whistle’ gekocht. Die lijkt vooral op een soort stofzuigerstang, maar is een stuk melancholischer. Daar bleken mijn vingers en handen op het eerste zicht ook een beetje te klein voor te zijn! Toch heb ik er ooit mee opgenomen (de CD Symbian meet Venja: Floating Silence).

Na zoveel jaren wou ik dit instrumentje grondiger leren bespelen en er meer over leren. Dat doe ik nu al voor het tweede jaar bij Muziekpublique, een Brusselse vzw die Ierse tin whistle beschouwt als wereldmuziek uit Ierland. Mijn leraar daar is Raphaël De Cock, een muzikant die ooit in een vat vol ‘toverdrank met folk’ moet zijn gevallen en zeer virtuoos is op de tin whistle. Eindelijk snap ik nu dat je die jigs en reels er moet ‘instampen’ – net zoals bebop. Dus je moet voldoende virtuoos en snel kunnen spelen want je speelt ‘dansmuziek’ in de Ierse traditie, muziek die we, dank zij Paddy Moloney en The Chieftains niet enkel in Ierse pubs en danszaaltjes, maar nu overal ter wereld kunnen beluisteren. Ja, en het is eens iets anders dan jazz of improviseren.

Ondertussen weet ik ook dat er in Ierse folk ook een soort ‘Real Book‘ is, dat kan je bijvoorbeeld bekijken op www.thesession.org, een mooi initiatief waar je veel kan leren over alle Ierse deuntjes die ooit gecomponeerd en gespeeld zijn, de partituren kan je ook zo op je scherm krijgen en voor wie geen muziek kan lezen is er een alternatieve notatie.

Stof genoeg om te oefenen dus, en dat doe ik nu dus ook. Tin whistle spelen in de Ierse traditie. Zo duiken we eens een andere muziekrichting in. Yes, I am into folk, but not religiously! Cheers!

Ze zijn niet dik gezaaid, de boeken over een carrière als succesvolle saxofonist. Dus, dacht ik, deze biografie van Candy Dulfer moet ik zeker lezen.

Candy Dulfer – zonder meer de gekendste saxofoniste ter wereld – publiceerde onlangs: Sax, Candy & Rock-‘n-roll. Ik kocht mijn exemplaar bij Passa Porta in Brussel, want daar krijg ik leerkrachtenkorting. En ik begon al gelijk in de metro naar huis te lezen.

Ik lees al gauw hoe haar carrière al zeer jong van start ging: ze kreeg een aanbod om in het voorprogramma van Madonna op te treden (wou ze eigenlijk eerst niet, maar haar moeder zegde toe!) en een paar bladzijden verder lees ik hoe ze zich kan ergeren aan slechte saxofoonrieten. Duidelijk de klassieke rietenfrustratie die alle saxofonisten kennen als ze moeten presteren onder druk, geen enkel riet is goed genoeg, en ja, ze weet het wel, een saxofoon is een nukkige onvolmaakte bitch, de ene dag doet ze zus en de volgende dag zo, het is een wispelturig instrument. Wel leuk dat ze dat met haar lezers wil delen. Is een saxofoon een makkelijk instrument? Ja en neen, is haar oordeel. En ik kan het u ook bevestigen, het is zo. Soms is saxofoon spelen afzien.

Deze bio leest lekker vlot, Dulfer kreeg wel de hulp van een ghost writer (Liddie Austin), vandaar dat sommige bladzijden ook een beetje lezen als een lang uitgesponnen interview. Dulfer heeft het saxofoonspelen met de paplepel binnen gekregen, haar vader Hans Dulfer, zelf een professioneel saxofonist, heeft zijn dochter al piepjong op het podium meegenomen en algauw kreeg Candy een saxofoon in de handen geduwd. Als tiener startte ze zelf eigen groepjes waar de alt saxofoon telkens centraal stond.

Candy Dulfer kwam bij mij ook over als voldoende eerlijk: ja, ze zegt onomwonden dat ze de speelstijl van David Sanborn kopieerde en dat haar succesvolle carrière vooral te danken is aan haar grote hit: Lily was here (met en geschreven door Dave Stewart). En ja, ook haar liefdesleven komt ter sprake – toen ik het boek las, kwam die vraag eigenlijk ook spontaan bij me op, heeft ze een gezin of een relatie? – dat heb in de bio die ik van Miles Davis las, alvast niet gelezen. Ook dat aspect doet ze deels uit de doeken.

En er is ook plaats voor spinal tap, toch iets waar de muzieksector niet van verstoken is. De scene in het kantoor van BMG directeur Clive Davis is in die zin hilarisch.

Dulfer vertelt ook over haar platendeal met BMG (nu Sony Music) die ze bij BMG Nederland tekende. Als ex-werknemer van BMG (ja, ik was ooit Product Manager Classicals & Jazz, Belgium) is dat toch wel ‘leuk’ om te lezen.

En dat er weinig vrouwelijke saxofonisten zijn, dat maakt dit boek ook zo bijzonder. Sax, Candy & Rock-‘n-roll was aangename lektuur én motiverend als je zelf saxofoon speelt. Ook fans van Prince kunnen in dit boek heel wat over de samenwerking tussen Dulfer en Prince lezen. Ik vond het aangename en leerrijke lektuur.

Sax, Candy & Rock-‘n-roll – Nijgh & Van Ditmar

‘We verkopen zoveel saxofoons de laatste tijd!’, zeggen ze mij bij Music Company, Sint-Pieters-Leeuw.

Men komt van heinde en verre naar Music Company, dat is waar, en een reden is mogelijk dat Brussel stad nog maar nauwelijks een winkel telt waar je goed saxofoonadvies krijgt. Het kan kloppen, dat je je voor een goede vakbekwaamheid naar een plek verplaatst waar die te vinden is. Als pro doe je dat zeker.

Ik kan het haast niet geloven, denk ik, die populariteit van de saxofoon, want op de radio hoor je zelden een saxofoonsolo. Ik begin mij af te vragen waar die populariteit dan vandaan zou komen?

  • Veel nieuwe blazersverenigingen komen er niet bij. Dus, dat kan de reden niet zijn?
  • Veel nafluitbare solo’s zitten er niet meer in populaire songs? Baker Street van Gerry Rafferty is nog steeds de bekendste saxsolo in mainstream muziek.
  • Succesvolle popartiesten op de saxofoon komen er niet bij? Neen, Kenny G was ongeveer de laatste die een ‘household name’ was.
  • En Charlie Parker, John Coltrane en Michael Brecker. Ze zijn allemaal dood en begraven. Ja, ze worden wel nog beluisterd door muzikanten met een interesse voor jazz.
  • Er zijn de niet onverdienstelijke Belgische groepen/projecten waarin de saxofoon een belangrijke rol speelt : TaxiWars, Nordmann en STUFF  (zij het hier de Akai Ewi!)?
  • Is er een kanaal op Spotify dat iets met saxofoon te maken heeft? Vast wel, maar ga je daarom saxofoon spelen?

Ik keek even op Youtube en schrok van het volgende:

Roze haar en een zonnebril, een gekke legging en danspasjes, en een leuk en dansbaar riedeltje in duet… Is het dit dan wat de saxofoon populair maakt? En het lijkt of deze 2 saxofonisten een stylist in dienst hebben, neen? Of een gewiekste manager?

Maar het helpt om de saxofoon bekend te maken bij het jonge volkje, dat wel.

Maar voor wie er ‘gebeten’ is door de saxofoon: ergens les volgen kan altijd helpen om ‘het beestje te temmen’. Want een saxofoon kan wat nukkig zijn, het is geen doetje dat zorgt voor ‘instant geluk’. Je moet eraan werken, in het begin elke dag. Er is nog plaats vrij in mijn lessen…

Milkshake Banana 2.0

‘Jeugdsentiment’, dat was het voor mij, die zaterdagavond 19 augustus rond negen uur op Jazzwood 2017. Diep in de bossen in het Leuvense zou Milkshake Banana 2.0 optreden. Hoe ik er op gestoten ben, weet ik niet meer, maar ik had mij voorgenomen om dat, na meer dan 35 jaar, want zo lang was het al geleden, zeker niet te missen. Ik zag dat er al een paar concerten waren geweest, maar dat leken mij meer ‘inlopertjes’ te zijn geweest voor Jazzwood. Zo’n 1500 (!) mensen moeten min of meer hetzelfde idee gehad hebben, wat voor een jazzoptreden in België veel is, zeg maar ‘heel veel’.

Jazzwood 2017

Ik had mijn wederhelft en een zoon bereid gevonden om me te vergezellen. Zo gezegd, zo gedaan reden wij naar het Chartreuzenbos, gingen nog even binnenkijken in de brasserie ‘Het Bed van Napoleon’ dat aan de rand van dat bos is gelegen en trokken door de modderige weg die ons tot op de festivalweide bracht, zeg maar, open plek in het bos. Eens van het nodige polsbandje voorzien, ging ik met mijn gezelschap iets drinken aan een receptietafeltje. Wie komt daar in de buurt staan: Peter Vandendriessche. Ik trok in mijn ‘stoute schoenen’ aan en vermande me om een praatje aan te knopen. Iets wat ik 35 jaar geleden nooit zou gedurfd hebben, maar een mens leert bij met de jaren.

Ik stak van wal met de vraag of hij zich nog kon herinneren een concert gegeven te hebben met Milkshake Banana in het Sint-Jorisinstituut, mijn middelbare school in Brussel. ‘Natuurlijk, kon hij zich dat nog herinneren, antwoordde hij enthousiast: ‘We mochten bijna niet optreden van de school omdat Frank Michiels, onze percussionist, zich een paar jaar daarvoor danig had misdragen op diezelfde school – hij was dus oud-leerling – en in de leraarskamer was er voor het optreden meer dan wat discussie geweest over wat die ‘gast hier wel weer kwam doen op school’. Daarom was hij het nooit vergeten, dat concert via Jeugd en Muziek, want het moet aan een zijden draadje gehangen hebben of het concert was helemaal niet doorgegaan. Gelukkig voor de leerlingen van Sint-Joris en ondergetekende, was dat wel het geval. Ik keek alvast uit naar een vrije namiddag en verwachtte één of ander klassiek getint en leerrijk concert, helemaal in de stijl van de school.

Wat we te horen kregen was de quasi integrale uitvoering van ‘Milkshake Banana‘, hun eerste LP op Racoon Records. Milkshake Banana bracht een soort ‘jazzfusion’ dat ik voordien in België nooit gehoord had, ze hadden duidelijk naar Spyro Gyra geluisterd, maar ook nog naar heel wat andere dingen, zoveel was duidelijk. Ik herinner me dat diezelfde Peter Vandendriessche (altsax/sopraansax), op het eind van het concert, bij de ‘bis’ (ja, want het moest lang duren, anders hadden we weer les, natuurlijk) snel naar achteren in onze polyvalente zaal liep, om aan hun toenmalige manager Dirk Godts te vragen, of ze ‘please’ nog een bepaald nummer mochten spelen en dat mocht, het enthousiasme spatte van het podium af. Die mannen waren jong en gretig, de drang om op te treden was groot, dat voelde je. Ik vroeg mij toen ook af hoe die 2 blazers (zijn broer naast hem op bariton/dwarsfluit Johan Vandendriessche) dat niveau hadden gehaald, later kwam ik er via mijn eigen saxofoonleraar achter dat het leerlingen van Etienne Verschueren waren. Vandaar dat die mannen, voorzien van het nodige talent, zich naar de Belgische jazztop speelden. En dat deden ze: er kwam een tweede LP: ‘Up to the Kissing Gate‘, met Toots Thielemans die op een nummer mee speelde. Peter Vandendriessche vertelde me dat ze daarna zelfs een tournee in de VS maakten met Milkshake Banana. Dat was en is ongezien voor een Belgische jazzband. Een aantal nummers uit die LP werden regelmatig op Radio 1 gedraaid, of werden zelf tune van een programma.

Zaterdag bleek dat er maar weinig andere Belgische saxofonisten in de buurt komen van hun speeltalent: samenspel, tien op tien; improvisatievermogen: onbeperkt, enthousiasme: nog steeds. Milkshake Banana 2.0, swingde als de pest en waren duidelijk blij om te mogen optreden. Zelfs Philip Catherine was naar het optreden komen luisteren, toch niet de minste. Het optreden zaterdag was gewoon te kort, ik merkte dat ze op het eind van het concert begonnen ‘op temperatuur’ te komen, maar moesten stoppen voor de volgende act. Geen bis dus, want Lady Linn moest erna nog soundchecken. Ik heb echt van dat concert genoten, er was geen enkel vervelend moment, zowat alles wat gespeeld werd, was boeiend en avontuurlijk en niet kapot gerepeteerd. Heerlijk gewoon. Volgens mij waren de gespeelde nummers bijna allemaal zelf geschreven, misschien op één of twee uitzonderingen na.

Milkshake Banana 2.0 op Jazzwood 2017, een concert om niet te vergeten, en voor mij droop het jeugdsentiment er ook vanaf, ik heb er toch van iedere seconde van genoten. Milkshake Banana 2.0: breng nog eens iets uit, a.u.b, ik koop het zeker en 1499 anderen hebben misschien interesse en of we er binnen 35 jaar nog zijn, weet ik niet, maar ik kom graag naar een volgende reünie luisteren, count me in…

Merci Peter Vandendriessche voor de leuke babbel. Als er nog een volgend concert komt, mijn advies is, ga ernaar toe.

Metro over Jazzwood: ‘Recordopkomst voor Jazzwood‘.

Een beginnend saxofonist moet een beetje repertoirekennis opbouwen, volgend filmpje schetst de geschiedenis van de saxofoon in 10 minuten en het zit boordevol saxofoonmelodieën. Van het prille begin van de saxofoon tot nu, enjoy! Alleen al de snelle saxofoonwissels van de solist, vind ik bijzonder grappig, maar het is ook leerrijk. Kijken en luisteren, dus!

Ik weet nog goed hoe ik begon met saxofoon spelen. Ik was zestien en vroeg mijn grootmoeder om de saxofoon van mijn grootvader van de zolder te halen. Zo ben ik begonnen, ik begon met een paar noten, dan een eerste toonladder…

Maar al snel stelde zich de vraag: hoe moet die saxofoon klinken en hoe klinken andere saxofonisten?

Dat waren nog tijden van voor het internet en ik wou saxofoons beluisteren om te leren. De mediatheek van de Passage 44 in Brussel was mijn oplossing: ik zocht op saxofoon in de platenbakken en ging naar huis met lp’s die ik nog nooit gehoord had, met artiesten die ik niet kende. Ik las de achterkant van de hoes en als er ‘alto saxophone’ bij stond, nam ik de plaat mee: rock, pop, jazz, klassiek, filmmuziek, het kon allemaal voor mij. Luisteren naar saxofonisten was mijn weg naar: saxofoon leren.

Het volgende lijstje is grotendeels gebaseerd op de ‘saxofonitische’ opzoekingen die ik toen startte.

Luistervoer voor de beginnende altsaxofonist:

  1. David Sanborn – ik leerde hem kennen op ‘Young Americans’ van David Bowie.
  2. Candy Dulfer – ik luisterde naar ‘Lily Was Here’ en vond haar bijna klinken als David Sanborn.
  3. Phil Woods – ik ontdekte hem via Billy Joel in ‘Just the way you are’, eens ik goed genoeg kon spelen, probeerde ik de solo na te spelen.
  4. Charlie Parker – ook ‘Bird’ genaamd, is de gekendste jazz altsaxofonist, ik leerde hem kennen via platen en via de film ‘Bird’. Ik leerde ook dat niemand kan spelen zoals Bird.
  5. Cannonbal Adderley – eens ik de bakken met jazzplaten had ontdekt in de mediatheek werd het simpel, zoek de altsaxen, zo kwam ik bij Cannonbal Adderley en bij de song ‘Mercy, mercy, mercy’. Wat een mooie ronde klank, had die man.
  6. Paul Desmond‘Take Five’ kun je niet missen in jazz, zo kwam ik bij Paul Desmond terecht, de zacht en verfijnd spelende altsaxofonist bij Dave Brubeck.
  7. Ornette Coleman – wiens baanbrekende jazzplaat ik ontdekte in de mediatheek van het Centre Beaubourg in Parijs – ik was er op schoolreis en ik kon er in een zetel met koptelefoon naar luisteren – getipt door een medeleerling die vond dat ik dit als beginnende saxofonist eens moest horen: ‘The Shape of jazz to come’. De eerste free jazz plaat die ik beluisterde, ik vond het nogal ‘weird’ en hield het bij ‘Peace’, een rustig melodisch nummer.

Tot zover mijn kleine selectie altsaxofonisten die mij in elk geval konden motiveren om te spelen en te blijven oefenen.

Maar wie in mijn prille saxofoonjaren het meest indruk op me maakte was Belgische altsaxofonist Peter Vandendriessche. Op mijn middelbare school in Brussel kwam hij met Milkshake Banana optreden via Jeugd en Muziek. Wat een heerlijk concert was dat, het enthousiasme spatte ervan af. Ik kocht onmiddellijk hun plaat en leg ze nu nog af en toe met veel plezier op.

Milkshake Banana

We leven nu in tijden waar je alle mogelijke muziek met een paar klikken kan beluisteren, als je saxofoon wilt leren, maak er gebruik van en luister hoe anderen spelen en ontdek wat er allemaal mogelijk is met je instrument.

In een vorig blogbericht had ik het over de bassaxofoon van François Daneels die in herstelling was bij Music Company.

Ondertussen is het instrument terug in zijn volle glorie hersteld en zal deze Buffet Crampon uit 1928 terug door het Brussels Conservatorium gebruikt worden. Een mooi stukje erfgoed uit onze Belgische saxofoongeschiedenis.

Op de foto: Yves Treuttens van Music Company met het gerestaureerde instrument:

foto-bassax-daneels

Ik ben een klassiek geschoold saxofonist, grotendeels opgeleid door Jozef Lauwers, zelf een leerling uit de Belgische klassieke saxofoontraditie. De grootste naam uit die traditie is François Daneels, die afstudeerde aan het Brussels Conservatorium in 1939 en in 1953 het Belgisch Saxofoonkwartet oprichtte.

De Belgische saxofoontraditie is vooral gebaseerd op de Franse met als hoofdfiguur Marcel Mule. Op de Wikipedia-pagina van François Daneels wordt het als volgt verwoord: ‘He is widely known for having founded the Belgian School of Saxophone, which he described as a blend of the French School of Marcel Mule and the American School—a mixture characterized by the quality of sound, rhythmic rigor, observance of nuances, and respect of the text of pieces studied.

Omdat vinyl weer in is, ging ik eens in mijn platenkast kijken, wat ik zoal aan LP’s uit die saxofoontraditie in bezit heb. En zo dook ik van François Daneels volgende plaatopname op:

saxophone-en-concert-daneels

op Discogs: Saxophone en Concert, François Daneels – https://www.discogs.com/Fran%C3%A7ois-Daneels-Orchestre-De-Chambre-Et-Orchestre-Philharmonique-De-La-BRT-Dir-Fernand-Terby-Jan-S/release/6517848 

In mijn zoektocht op Discogs vond ik ook volgende vermelding van een 10 inch van François Daneels en het Belgisch Saxofoonkwartet: Saxiana – François Daneels https://www.discogs.com/Fran%C3%A7ois-Daneels-Et-Le-Quatuor-Belge-De-Saxophones-Saxiana-Cinq-Miniatures/release/7868574 Een uitgave uit de jaren zestig, maar een exact uitgavejaar kan ik niet terugvinden?

Saxiana

Saxiana

Mijn nieuwsgierigheid was gewekt en ik kocht een tweedehands exemplaar in een Brusselse platenzaak, volgens de verkoper was de plaat zeldzaam.

Het grappige over deze release is dat het hoesontwerp duidelijk geïnspireerd was door een eerdere uitgave van Marcel Mule:

quatuor-de-saxophones-marcel-mule

Hoewel, persoonlijk vind ik het ‘Saxiana’-hoesontwerp strakker, moderner én Belgischer.

Hoe deze opname van Saxiana klinkt, kan je ontdekken in onderstaand filmpje:

Saxiana – Gaston Brenta
Concertino pour Saxophone alto et orchestre à cordes, timbales et piano (1962) – 9:20
François Daneels – alto saxophone
Orchestre de chambre de la RTB – dir. Edgard Doneux
from vinyl 10″